Don 19-03-2009 : newspaper, nienke scholtz

Het vertellen van universele verhalen
Nienke Scholts, 19 maart 2009

Bruggen slaan

´Het gaat meer om de beweging dan om het resultaat´, zegt Jessa Wildemeersch, een Vlaamse actrice die naar Amerika verhuisde en waar ze twee jaar geleden Kevin Doyle ontmoette. Zo maakte ze kennis met de New Yorkse theatergroep Sponsored by Nobody, die hij in 2005 oprichtte.

Ze beschrijft dit ´ontwortelen´ als de noodzaak om op een andere plek opnieuw te kunnen beginnen: ´Het gaat om de ontmoetingen onderweg en hoe die jou veranderen. Het als een spons opzuigen van een andere cultuur en tegelijk de mogelijkheid om vanuit een ander perspectief te kijken naar dat wat je gewend was. Die beweging gaat over het aftasten van grenzen, de weigering ze te accepteren om ze vervolgens te overschrijden. Wat zijn mijn middelen en hoe kan ik bruggen slaan en zo de dialoog verrijken´

In de repetitieruimte bij Sponsored by Nobody vond ze de ruimte en de mensen om die dialoog voort te zetten – en later een brug terug naar België te slaan. In februari kwam de groep naar Antwerpen om hun voorstelling w.m.d. (just the low points) af te ronden. Ze hadden er op dat moment al drie jaar met tussenpozen aan gewerkt. Het ´The Game is Up´ festival in de Vooruit (Gent) had nog geen twee weken geleden de wereldpremière, waarna een kleine tour volgde langs Braakland/Zhe Bilding (Leuven), de Beursschouwburg (Brussel), de Monty (Antwerpen) en tot slot de Balie (Amsterdam).

Sponsored by Belgium

Dat een theatergroep uit New York in België en Nederland een kleine tour doet is niets bijzonders. Mobiliteit en het daarbij behorende ´ontplaatsen´ dat ook Jessa Wildemeersch beschrijft, is mede als gevolg van de globalisering die de wereld laat inkrimpen tot een enkele plek, verworden tot een tweede natuur. Artiesten in het bijzonder zijn, altijd al nomaden geweest, rondreizend, op zoek naar nieuwe plaatsen om hun verhalen te vertellen. Het proberen te raken aan het universele van een verhaal, bij het hervertellen ervan aan een ander publiek, is daarbij nog altijd essentieel.

Dat geld ook voor Sponsored by Nobody. Toch heeft dat hedendaagse nomadenleven ook andere dan alleen traditionele redenen. Dat een voorstelling over de oorlog tussen Amerika en Irak uiteindelijk grotendeels dankzij de middelen van Vlaams/Nederlandse coproducenten (financiën, repetitie –en speelruimte) kan worden afgerond en in Gent haar wereldpremière beleeft, is namelijk opmerkelijk.  Deze pragmatische reden komt voort uit een beweging waarbij het financiële en het artistieke keerzijden van dezelfde medaille zijn. Het maken van een voorstelling op verschillende locaties, ofwel ´nomadisch creëren´, heeft vaak als reden dat je daar gaat, waar het geld gaat. De middelen die voorhanden zijn bepalen vervolgens de structuur van het werkproces. Geen afgebakende tijd op een vaste plek, maar een opsplitsing daarvan in verschillende locaties en periodes waarin gewerkt kon worden. Voor Sponsored by Nobody betekende die periodes ook dat er meer tijd was voor de ontwikkeling van de voorstelling en boden de tussenpozen ruimte voor reflectie.

Als ´locatie´ niet meer een en dezelfde is, maar als gevolg van dit nomadisch creëren steeds een andere is, wat heeft dat dan voor artistieke consequenties? Het leidt onder andere tot een voorstellingsstructuur die toelaat dat bepaalde aspecten fluïde en veranderbaar zijn.

Het hedendaagse aspect van het nomadische is sterk met het virtuele aspect van reizen verbonden. Dit heeft een logische tegenreactie tot gevolg: de drang naar tastbaarheid, fysieke ontmoetingen en directe uitwisselingen. Dit gold ook voor Sponsored by Nobody. De tweede reden voor de reis naar België was voor de groep de mogelijkheid tot zo´n directe uitwisseling. Tijdens het werkproces ontstond namelijk de behoefte naar het werken met iemand die de oorlog in Irak had meegemaakt. Die zoektocht wierp in Amerika geen vruchten af en werd daarbuiten voortgezet. Uiteindelijk vonden ze Mokhallad Rasem, in Antwerpen. Omdat hij vooralsnog niet tot Amerika wordt toegelaten, wisselden ze via e-mail alvast gedachten met de Irakese acteur uit. Door de fysieke afwezigheid van Mokhalled, bleef de groep een stuk context missen. Dus kwam Sponsored by Nobody vorige maand naar Antwerpen om drie weken met Mokhalled te kunnen werken. Het ´beeld van de Irakees´ dat ze al die tijd gehad hadden, werd vervangen door de ´tastbare Irakees´. Jessa: “Die verschuiving en het kunnen voeren van een directe dialoog, zorgde voor een extra houvast.”

WMD – just the low points

w.m.d. (just the low points) verwijst naar het rapport van de ´Carnegie Endowment For International Peace´ dat uitkwam op 8 januari 2004. Het resultaat van een onderzoek naar de aanwezigheid van massavernietigingswapens (w.m.d = Wapons of Mass Destruction) in Irak. Het rapport wijst voornamelijk op het tegendeel. Hoewel hier het nieuws op dezelfde dag in de krant staat, zwijgt de Amerikaanse pers. Dit stilzwijgen, het rapport zelf en vooral wat er die dag wel gebeurde en in kranten, tijdschriften en hitlijsten stond, vormt het uitgangspunt van de voorstelling. De vorm van de voorstelling verwijst duidelijk naar lsd (just the high points)  een voorstelling van The Wooster Group uit 1984 waarvan Kevin Doyle op 8 januari 2004 een video-opname zag. Hij raakt er door gefascineerd. De typische enscenering met de lange tafel kadert achteraf voor hem de gebeurtenissen van die dag – en om die reden ook de vorm van deze voorstelling. Kenmerkend aan de Wooster Group stijl is de afwisseling tussen het zogenaamde ´reading´ en ´dancing´ (tekstuele en fysieke uitingen).

w.m.d. (just the low points) is gesitueerd als persconferentie (reading) waarbij gezamenlijk het WMD rapport voorgelezen zal worden. Dit mondt al snel uit in totale chaos (´dancing´) waarbij iedereen vooral op zichzelf gefocust is. Zoals het rapport in de Amerikaanse pers amper aandacht kreeg, zo komen de deelnemers van de persconferentie bij het voorlezen ervan niet verder dan halverwege het voorwoord. Ze onderbreken zichzelf en elkaar met citaten uit boeken. Deze ´belezenheid´ staat in contrast met de ´orgie´ aan beeld en geluid die de persconferentie begint te domineren: losse zinnen uit kranten en tijdschriften, foto´s en reclames, kreten, dansjes, collegiale onderonsjes, pruiken, brillen en T-shirts met opdruk.

.“I could be anybody, I could do anything.”

De vraag naar de actuele waarde van de voorstelling, we zijn immers vijf jaar na 2004, en de relevantie van het tonen ervan in België en Nederland, ligt voor de hand, maar vraagt om nuancering Hoewel w.d.m. (just the low points) vanuit een specifiek gegeven start, overstijgt de inhoud wel de gebeurtenissen van 8 januari 2004, die als een overvolle collage aan informatie aan het publiek worden gepresenteerd. Het plaats vraagtekens bij de manier waarop informatiestromen gestuurd, verwerkt en ontvangen worden. Onze belezenheid (reading) - sterk verbeeld in ´de hoed van kennis´, een stapel opengeslagen boeken op het hoofd van de Vlaamse actrice - verdwijnt. In plaats daarvan is de fragmentarische manier waarmee onze aandacht gevraagd en soms kort gevestigd wordt onderdeel van onze dagelijkse routine (dancing). Wat zijn de consequenties daarvan? In hoeverre zijn we zelf verantwoordelijk voor onze onwetendheid en passiviteit?

Mukhalled is in dit verhaal het grootste slachtoffer van dat systeem. De communicatieproblemen tussen de Amerikanen en de Irakees uit het repetitieproces wordt hier doorgetrokken. Niet alleen de afstand maar ook de taal, Mukhalled spreekt geen engels, vormde obstakels. In de eerste helft is hij fysiek naar het zijtoneel verbannen. Hij zit op een stoel met een camera voor zijn neus. Op televisieschermen vooraan op het podium verschijnt zijn gezicht. Vanachter zijn camera probeert de Irakees, die als enige wel zijn verantwoordelijkheid schijnt te willen nemen, steeds wat te zeggen. Als hij al de ruimte krijgt om een zin in te zetten, komen er enkel klanken uit zijn mond. De taal ontbreekt hem, de communicatie komt niet tot stand.

Na het sterke begin had ik als kijker moeite met de snelle omslag naar de chaos van individuele belangen. Onduidelijk bleef vaak de motivatie van fysieke handelingen – die vooral puur vormelijk gestuurd leken. Natuurlijk wordt je bewust aangesproken op jouw eigen omgang met het informatiesysteem: waar gaat je aandacht naartoe? Daarin echter communiceerde de voorstelling toch te weinig. Doyle blijft te trouw aan zijn fascinatie. Waar hij inhoudelijk kritisch wil zijn, verzuimt hij de (geleende en vijfentwintig jaar oude) vorm te bevragen en ook daarmee een dialoog aan te gaan. Mijn focus verschoof op den duur namelijk niet meer, maar verslapte. Als de acteurs stuk voor stuk hun persoonlijke antwoord geven op de vraag wat zij 8 januari 2004 deden – en ze allemaal op een punt in hun leven bleken te staan dat ze toe waren aan verandering – ´landt´ het geheel voor mij weer. De laatste eindigt met het voor ons wat pathetische en iets te moralistische maar oh zo Amerikaanse:

“I could be anybody, I could do anything.”

Ook al raakt het verhaal dat Sponsored by Nobody vertelt inhoudelijk aan een universele ontwikkeling – het is ons al bekend. Het is zelfs al veel ouder dan de vijf jaar de we inmiddels verwijdert zijn van 8 januari 2004. Universeel is de verantwoordelijkheid van het individu – het ligt besloten in die laatste zin en geldt voor elke toeschouwer, waar dan ook. De urgentie echter om dit verhaal te vertellen en de dialoog op gang te brengen, is niet universeel, maar localiseerd zich in Amerika zelf - in de thuisbasis. 

---
Gezien: dinsdag 17 maart, Monty Antwerpen
Te zien: zaterdag 21 maart, deBalie 

<<<